Vullingen

Als een gedeelte van uw tand verloren is gegaan of uw kies door tandbederf is beschadigd, dan kan de tandarts dit restaureren met een vulling.(De mondhygiënist is bevoegd tot het behandelen van kleine gaatjes -in opdracht van de tandarts-). De vulling voorkomt verdere pijn en herstelt de functie. Er zijn verschillende vulmaterialen waarvan de meest voorkomende amalgaam (zilveren vulling) en composiet (witte vulling) zijn.

Amalgaam (zilver/grijze vulling)

Amalgaam is een materiaal dat al eeuwenlang gebruikt wordt als vulmiddel. Deze zilver/grijze vullingenbestaan uit een combinatie van kwik, zilver, tin, koper en andere materialen. Amalgaamvullingen zijn erg slijtvast en worden vaak gebruikt voor het opvullen van gaatjes in kiezen. De laatste jaren is er een trend dat er steeds meer met composiet wordt gevuld.

Composiet (witte vulling)

De tandarts kan voor bepaalde behandelingen de voorkeur geven aan het gebruik van een tandkleurige ('witte') vulling. Naast glasionomeercement en compomeer wordt composiet het meest toegepast. Met composiet is veel mogelijk. Zo kunnen voortanden na een breuk opnieuw worden opgebouwd en verkleuringen van tanden en kiezen worden hersteld. Vooral bij voortanden is een witte vulling in esthetisch opzicht aantrekkelijker. Ook wordt een witte vulling tegenwoordig steeds vaker toegepast bij het opvullen van kiezen.

Behandeling vulling

Voordat de tandarts begint met het vullen van een gaatje, bespreekt hij de behandeling met u. Vervolgens zal hij u vragen of u een verdoving wilt. Als u kiest voor een verdoving, moet de verdoving eerst een aantal minuten inwerken. Vervolgens boort de tandarts het aangetaste gedeelte weg. Nadat de kies schoon en droog is gemaakt, kan de kies worden gevuld. Het gat kan worden opgevuld met een composiet- of een amalgaamvulling.

  • Composietvulling: In eerste instantie brengt de tandarts een soort lijm aan in de tand. Hierdoor hecht de vulling beter. Deze lijm wordt met blauw (koud) licht uitgehard. Vervolgens wordt het vulmateriaal in de vorm van een pasta in het schoongemaakte gaatje gestopt. Dan wordt het bijgewerkt en met behulp van het blauwe licht wordt de vulling uitgehard. Indien nodig wordt de vulling met een boortje in vorm gebracht.
  • Amalgaamvulling: Ook amalgaam is een zacht materiaal dat met een soort pistool in het gaatje wordt gestopt. De behandeling van een amalgaamvulling is vergelijkbaar met een composietvulling. Dit materiaal moet echter uit zichzelf hard worden. De vulling kan dus niet worden afgewerkt met een boortje. De tandarts gebruikt daarom speciale instrumenten. Na de behandeling kunt een tijdje niet eten. De tandarts vertelt u hier meer over. De vulling heeft 24 uur nodig om helemaal hard te worden.

Effect van de behandeling

Bij het maken van een vulling wordt allereerst tandbederf verwijderd en vervangen door een plastisch materiaal. Bovendien herstelt de vulling  de functie en vaak ook de esthetiek van de tand of kies (bijvoorbeeld bij een afgebroken tand). Ook kan een vulling verdere (pijn)klachten door tandbederf of blootliggend tandbeen (dentine ) verminderen.

Verschil composiet en amalgaamvulling

Het opvallendste verschil tussen composiet en amalgaam is de kleur. Een amalgaamvulling heeft een zilver/grijze kleur en een composietvulling een witte. Daarnaast is een composietvulling duurder dan een amalgaamvulling, omdat een composietvulling wat bewerkelijker is. Amalgaamvullingen gaan erg lang mee en zijn erg slijtvast. De duurzaamheid van moderne composietvullingen is vrijwel gelijk aan die van amalgaam. Het aanbrengen van een composietvulling kost meer tijd dan een amalgaamvulling. Zowel witte vullingen als amalgaamvullingen kunnen op den duur verkleuren.

Allergieklachten door amalgaam of composiet

Na het aanbrengen van een vulling kan de behandelde tand of kies enige tijd gevoeliger zijn voor op zich ‘normale’ prikkels zoals contact met warm of koud voedsel. In zeldzame gevallen reageren mensen op amalgaam of composiet met een allergische reactie voor één van de materialen waaruit amalgaam of composiet is samengesteld. Als u weet dat u gevoelig of allergisch bent voor één van de materialen, kunt u dat het beste aangeven bij uw tandarts. Ook is het mogelijk om een allergie voor amalgaam of composiet via een huidtest te laten vaststellen.

Pijnklachten na het vullen van een tand of kies

Gedurende 1 tot 2 weken na het vullen kunt u pijnklachten hebben. Dit komt doordat een tand of kies uit levend materiaal bestaat. Het boren in een tand of kies maakt in feite een tandbeenwond die enige tijd nodig heeft om te genezen. De klachten zullen in de loop van de tijd afnemen. Indien de klachten verergeren moet u contact opnemen met uw tandarts. Er kan dan namelijk sprake zijn van een ontsteking onder de vulling die gaat opspelen.

Inlay

In plaats van een amalgaamvulling of een witte vulling kan de tandarts de patiënt voorstellen een porseleinen of keramische inlay te maken. Een inlay of inlegvulling is een op maat gemaakte vulling van porselein of (edel)metaal. De inlay wordt met composietlijm in het schoongemaakte gaatje bevestigd. Is echter de schade aan tand of kies erg groot, dan kan de tandarts het aanbrengen van een kroon adviseren.

Alternatieve behandelingen

  • Trekken van tand of kies: Bij vergevorderd tandbederf of zeer grote beschadigingen, is het trekken van de tand of kies (extractie) soms een alternatief. Na het trekken van de tand of kies wordt besloten de situatie zo te laten (bijvoorbeeld in het geval van een melkgebit), of de getrokken tand  te vervangen door een brug, een implantaat, een frameprothese of een partiële prothese.
  • Kroon: Bij grote vullingen kan een kroon de voorkeur hebben om vorm en functie van de tand of kies te herstellen en de kans op een breuk te beperken.
  • Preventie: Soms kan beginnend tandbederf in de tandhals of melktand door gedragsverandering en een optimaal fluoridegebruik worden gestopt. Hierdoor kan de noodzaak om de tand of kies te vullen worden uitgesteld of verdwijnen .

Uw tandarts adviseert welke behandeling het meest geschikt is voor uw persoonlijke situatie.

Bron: NMT en Dr. G.A. van der Weijden, tandarts parodontoloog/ implantoloog